In Nederland hebben we 7 inheemse (= die hier van nature voorkomen) martersoorten. Twee daarvan kan je makkelijk herkennen; dat zijn de das en de otter. De andere marters lijken veel op elkaar. Waar je op moet letten? Ik leg het je uit!

Boom- en steenmarter
De twee marters die echt niet uit elkaar te houden zijn, dat zijn de boom- en steenmarter. Prachtige grote marters met een volle pluimstaart. De oren van de steenmarter staan verder uit elkaar. En de ondervacht van de steenmarter is wit/grijs, terwijl dat van de boommarter bruin/beige is.

Bunzing
Een maatje kleiner is de bunzing. Heel goed herkenbaar aan zijn ‘gezichtsmasker’. De staart is korter, hij lijkt een stuk donkerder en… hij huppelt doorgaans met een krom ruggetje door het beeld. Let maar op!

Hermelijn
Weer een maatje kleiner is de hermelijn. Een prachtig en zeldzaam martertje. Het heeft een kort staartje en beweegt laag over de grond. De Hermelijn lijkt heel erg op de wezel, met één heel duidelijk verschil: de hermelijn heeft een zwart staartpuntje. In de winter kan de hermelijn, op dat zwarte puntje na, helemaal wit worden!

Wezel
Het allerkleinste martertje in Nederland, past makkelijk in je handpalm. Het is een langgerekt slank diertje. De wezel lijkt dus sterk op de hermelijn, maar heeft een nog korter staartje dat geen zwarte staartpunt heeft. Waar ik hem aan herken? Ze bewegen snel en hysterisch door het beeld heen! En maken vaak gebruik van muizengangetjes.